Tilburg wondermooie Januskop

Tilburg is een wondermooie stad, voor wie het zien wil. Voor wie zijn ogen open doet en durft te kijken met zijn hart. Als je magisch durft te denken, zonder de beperkingen van factsheets, politieke realiteiten en economische modellen. Als je het moreel relativisme en materialisme durft los te laten, maar gewoon kijkt naar de bouwstenen die de geschiedenis voor je heeft achtergelaten. En kijkt naar de januskop die Tilburg is? Doublefaced is ze, die gekke stad, die zich niets aantrekt van de nationale historie, van de stedenbouwkundige groeimodellen die in Nederland gelden. Alles wat andere steden hebben, heeft Tilburg niet én dus ook andersom.  Want dat heb ik de afgelopen jaren wel geleerd, als je ergens het slechte ziet liggen, ligt de pracht even verderop er ook. Maar wil je het zien is dan de vraag. En durf je het te erkennen?

kessels

Als ik door mijn oogharen naar Tilburg kijk, dan begin ik graag bij de vroegste geschiedenis. Toen de rest van Nederland nog onontwikkeld was, in de vroegste oertijd, was het leven in de nederzetting die nu Tilburg is, al goed. Zo goed dat de mensen die er toen leefden de ruimte hadden om muziek te maken; net als vandaag de dag, nog steeds maken Tilburgers van alle rangen en standen muziek. Niet voor niets is Tilburg Jazzhoofdstad van Nederland als het gaat om makers. Of kijk naar Incubate, Roadburn, in Tilburg eren we de makers en niet de markten. Niet voor niets komt het oudste muziekinstrument van Nederland uit Tilburg. De zoemsteen, veilig verstopt in Den Bosch; zodat de gemiddelde Tilburger niet eens weet dat er al muziek zat in Tilburg ruim voordat de Romeinen de rivieren afzakten en Maastricht en Nijmegen uit het moeras trokken. Misschien wel vanwege de rijke heidevelden die begraasd werden door schapen en bestuifd door bijen, zodat alles voorhanden was wat een mens in die tijd nodig had. Een land van melk en honing op de schrale zandgronden. De Romeinen hebben Tilburg niet zien liggen, dus ook de geschiedkundigen die zich graag concentreren op pracht, praal en stedelijke rijkdom niet. Maar dat wil niet zeggen dat die geschiedenis er niet is. Onderwijl vergeten we de nalatenschap van Mathieu Kessels, gedenken we wel de brute moord op zijn dochter Marietje, maar niet zijn waarde voor de muziek en meer specifiek de saxofoon in de internationale geschiedenis. En kijkt de stad soms nog wat verdwaasd naar de aanwezigheid van gipsymuziek in de stad, ons niet realiserend dat ooit ene Kessels al vakmannen en -vrouwen uit Roemenië en Hongarije naar Tilburg liet komen om zijn vermaarde muziekinstrumenten te maken.

10314750_657377237644344_7895794014929714363_n

Maar goed, omdat de Romeinen over de rivieren kwamen en niet over land, konden de nederzettingen een sudderend bestaan leiden, lekker op zichzelf. Een trekje dat Tilburg nooit is kwijt geraakt. Een stad, gemeenschap die zich lekker op zichzelf ontwikkeld, zich niets aantrekkend van trends en algemene ontwikkellijnen. Tot er op een tempel van Ba’al, met een zwarte madonna in haar schoot, een abdij ontsproot. Hier ver vandaan. In Tongerloo. De materialistische Ba’al was inmiddels ondergedoken in de paarse kledij van priesters en geestelijken, de Romeinen hadden het woord katholiek achter hun naam gezet. Een zon is een zon, een moeder is een moeder, de zwarte Madonna vormde zich om tot Moeder Maria, de aanbidding van het materialisme zorgde voor voldoende middelen voor expansie. Trekkend over de paden, streek ook ergens in Moerenburg een orde neer, vlakbij vruchtbare grond voor de aanleg van bossen ten behoeve van vele kruistochten. Wie richting Esbeek gaat, herkent het in de rode luiken, legendes van Bokkenrijders en Tempeliers en Ridders van de Ronde Tafel en een landschap dat we nu waarderen als fijne bossen, maar waar de melk en honing zijn verdwenen. De schapenherders zorgden voor de nodige tienden. De aanleg van kerken, kloosters en voldoende mankracht kon beginnen. En vol overgave werd het Vaticaan van het zuiden neergezet. Rond de Linde op een heuvel. Met paden die nu nog de sterrenroutes verraden. Wie met volle teugen van een volle maan wil genieten hoeft slechts een oud lint af te fietsen en kan baden in het licht. Voor de ridderlijke geschiedenis moet je afdalen naar de bossen van Merlijn diep in de oerbossen van Bretagne, daar weten ze dat Galeweijn ooit huis hield in onze oerbossen, nu bekend als het Groene Woud. Ook Couperus bewaarde dat geheim en herschreef niet voor niets het verhaal, om het voor het Nederlands te bewaren. Het verhaal van het zwevende schaakbord. Maar wie weet dat nou, wie geeft er nu zijn verhalen van vandaag nog mee vorm? Want met zoveel rijkdom, ligt ook de erremoei om de hoek. Waar het ene is, manifesteert zich ook het andere.
En ieder jaar werd rond de zonnewende een groots geest gevierd daar rond die Linde, de overvloed van het seizoen vierend. Van heinde en ver kwamen de handelaren over de middeleeuwse paden, die er vaak nog gewoon zijn, naar die Heuvel om te feesten en te drinken, te zwieren en te zwaaien, lief te hebben en te vechten. En nog viert Tilburg dat feest, groots! Groter dan het carnaval is hier de kermis, het zit in de genen.

paleis

Inmiddels liep de handel in lakens en doopsels voorspoedig. Relaties met binnen- en buitenland werden gelegd. De kerken zorgden voor een hoge mate van ambachtelijkheid op terreinen van muziek, glasbewerking en brouwen. Zaken van het goede leven. De wijn begon rijkelijk te vloeien. Op een gegeven moment klotste het geld tegen de kaaibanden omhoog in het Tilburgse. Zo hoog dat de rijken glamoureuze parken lieten aanleggen rond en in de stad en elkaar de maat namen met de meest exotische bomen in hun tuinen. De Tilburger zelf zwoegde in zijn wevershuisjes en ploegde het voedsel in de grote moestuinen bij elkaar. De tienden werden zakjes loon, en de legende van de kruikenzeiker werd geboren. Op de ooit wat gezapige landerijen was ruimte zat om de beginselen van de industrialisering maximaal vorm te geven. De nieuwe rijken lieten geen kans onbenut, zelfs het kasteel van Tilburg werd gesloopt om een fabriek te vestigen, sindsdien is de schroom om te slopen nooit meer echt hoog geweest. Vanaf dat moment werd het panorama van Tilburg bepaald door rokende fallussen en driehoekige puntmutsen met glimmende kruizen en kraaiende hanen erop. De één nog prachtiger dan de ander. Maar gelukkig ook die parken. Dat liet Lodewijk-Napoleon ook niet onberoerd, en zo kreeg Tilburg stadsrechten. En ook de koning der Nederlanden, een gekende vrijmetselaar en van de jonge herenliefde, liet zich graag zien in het Tilburgse. Hier ademde hij vrij. Er kwam een nieuw kasteel. En zo heeft Tilburg als enige stad in Nederland een koninklijk paleis midden in haar stadshart dat nu dienst doet als stadhuis. En nee, het Paleis op de Dam is weliswaar nu een koninklijk Paleis, maar dat is natuurlijk ‘maar’ een voormalig stadhuis. In die gouden jaren, werd ook het icoon van Tilburg uitgezonden naar Suriname, alwaar hij bijna heilig is verklaard. Peerke Donders, de simpele ziel die voor melaatsen zorgde en ze genas. De stad herbergt nog een groots heiligdom onder de hoede van de oude Norbertijnen. En de Surinaamse gemeenschap is een intellectuele in deze stad, ongezien misschien wel, ongeziene kwaliteit. Omdat Tilburg een stad is met allure als je uit Suriname komt, wij zijn ons dat onvoldoende bewust, wie weet dat nu? Wie staat daar eigenlijk bij stil?

Theo_van_Doesburg_Design_for_a_poster

Bij zoveel industrie en maakbaarheid hoort natuurlijk ook een spoorlijn, er kon nog wel wat rook bij in de stad. Die spoorlijn werd voorzien van een grote werkplaats en energiecentrales. En hordes mensen van boven de rivieren. En ook ene Theo van Doesburg, die het vrije denken meenam waar toen nog plaats voor was. Een periode waarin intensief werd gezocht naar universele waarheid en taal. Met rokerige salons en waar de glaskunst nu ook terecht kwam in de huizen. Wie een ritje maakt door ons monumentale stadscentrum, een centrum dat zijn gelijke niet kent, want in geen enkele stad is zoveel gebouwd dat getuigd van de industriële revolutie, en gesloopt…, maar wie wil zien die vindt, die vindt verwijzingen naar Griekse tempels en vrijmetselaarssymboliek, naar die zoektocht naar gnosis en ook de halve waarheden die onderweg werden gevonden. De Stijl heet die interessante intellectuele periode. Met Piet Mondriaan als misschien wel grootste adept. En de stad negeert deze geschiedenis, misschien wel bang voor vrijheid en waarheid.  Zo gewend aan die kerkelijke en clericale onderdrukking die aan de bevrijding van het denken vooraf was gegaan.

AntonRoothaertPortret002bew_Formaat wijzigen

En zo snel als de rijkdom was gekomen, zo snel stortte deze ook weer in. De nieuwe rijken vluchtten de stad uit, de toch al uitgebuitte bevolking in diepe armoede achterlatend. Tot in de jaren ’60 een heuse potentaat werd afgevaardigd als burgemeester. Ene Cees de Sloper. Hij zou de stad weer optrekken in de vaart der volkeren, een schone lei. Vol overgave bouwde hij grote lanen naar Amerikaans model met strakke woonwijken in het westen en noorden van de stad. Cees Becht zag toekomst in het autoverkeer, de auto kreeg ruim baan. Ook sloopte hij de oude arbeiderswijken waar vaak nog geen riool was te vinden en sloeg zo gaten in de middeleeuwse structuur van de stad. In zijn vooruitgangsdenken nam hij ook de mooiste getuigen van de rijke geschiedenis mee, de schroom om te slopen was nog steeds niet erg hoog. Tot op de dag van vandaag kunnen Tilburgers naar de foto’s van voor zijn komst kijken en staan ze stil bij het verlies van zoveel moois. Niet al zijn projecten werden hem in dank afgenomen. En om dit nieuwe elan te illustreren liet hij een nieuw stadhuis bouwen. Daarvoor toog hij naar Rotterdam en koos de beste architecten van die tijd uit. Groots moest het worden, de stad ging bijna failliet aan de bouw van het voor die tijd megalomane gebouw. Zowel aan de binnen- als buitenkant werden de mooiste materialen gebruikt, imposante glaskunstwerken geïntegreerd in het gebouw. Nog even en het gebouw kan toegevoegd worden aan de inmiddels lange lijst met rijksmonumenten die de stad heeft opgebouwd. Dertig jaar geleden werd Tilburg nog gezien als stad zonder historische binnenstad, inmiddels is bijna het hele centrum beschermd stadsgezicht en is Tilburg voorbeeldstad voor de wederopbouwperiode. Wie realiseert zich dat eigenlijk? Wie staat daar eigenlijk bij stil, aangezien de stad nog zo gehecht is aan het vloeken op Cees de Sloper. En wie leest er eigenlijk nog de boeken van Anton Roothaert om dan al wandelend en fietsend door de stad te trekken en in zijn voetsporen omhoog te kijken naar de gevels die hij beschrijft, de landschappen en de soepele overgangen herkennende die de stad ooit maakte tussen stad en ommeland? En waarvoor je soms met wat fantasie een flatgebouw of harde infrastructuur moet wegdenken.

hartbrabant

Wie nu door Tilburg fietst en niet hoger kijkt dan zijn neus, ziet vooral de lelijkheid waar de stad om bekend staat. En je ziet de verbeelding van de illusie dat Tilburg een lelijke stad is. En als je het maar vaak genoeg hoort, en lang genoeg zegt, dan lijkt dat ook zo. Dan krijg je stadsbesturen die zeggen: we hebben een lelijke stad, dus op het vlak van schoonheid gaan we de oorlog niet winnen. Dan schep je ruimte om schaamteloos rijen blokkendozen neer te leggen; de stad is toch niet mooi. Dan verschaf je jezelf het excuus om ‘nieuwe’ monumenten zoals het stadhuis te verminken en te verkwanselen voor een consumentenkerk. Dan zie je de sloopzucht als een kenmerk van je ‘identiteit’. Dan zie je dat het vrije denken van de Tilburger en zijn materiële armoede door elkaar worden gehaald. Dan kijk je naar beslissers die in geestelijk armoede het materialisme vereren. Die voortgaan op oude wegen. Wat een verrotte januskop.

Advertenties

Een gedachte over “Tilburg wondermooie Januskop

  1. Vier jaar geleden dichtte ik over het hybride karakter van Tilburg aldus:

    De gedroomde stad

    Tilburg laat zich maar moeilijk ontdekken
    in wijken en linten en dwaalgebied
    Verborgen als ze is, moet men de stad opnieuw verwekken
    in haar potenties die niet eenieder ziet

    Ruimte zoeken, verbindingen maken,
    fysiek, sociaal, bedrijvigheid
    trots en tradities van de stad bewaken
    werkzaam volkje dat volks gedijt

    Gisteren nog als grijs en vlak betiteld
    Morgen als een phoenix uit haar as herrezen
    Het leven jeukt, de vitaliteit kietelt
    De stad in het maanlicht, zoals ze wil wezen

    Waarom toch die dromen van groter en wijds en kolossaal ?
    Meer glas, staal en stenen die her en der komen staan?
    Neen, van binnen uit ontwikkelt zich het Tilburgs verhaal
    Het lelijke eendje was al lang een zwaan…

    Frits van Vugt
    18 febr. 2011 (eindversie)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s